|
Agen
|
Grote, bekende stad met 33'000 inwoners, 145 km ten zuiden van Bordeaux, 165 km van Pau, 74 km ten noorden van Auch. Alle faciliteiten in de plaats. Disco, folkloristische amusements avonden, concerten, museum, bioscoop, bezienswaardigheiden. Wegverbindingen: station "Agen". Talrijke gastronomische specialiteiten: pruimen, gansenlever, confituren, 'Armagnac' en 'Eaux de vie'. Bij aankomst per vliegtuig: luchthaven Agen-la-Garenne (AGF), Périgueux (PGX) 147 km, Bergerac (EGC) 91 km, Toulouse (TLS) 115 km.
De plaats in de zomer
Zwembad. Waterpark "Aqua Sud". Zeilen, waterski, kanovaren. Tennis, golfterrein. Paardrijden in Roquefort. Wandelpaden, klimmen. Mountainbike route. Roeisport.
|
|
Andorra
|
Andorra ligt in het hartje van de Pyreneeën, tussen Frankrijk en Spanje, is 468 km2 groot en telt meer dan 65.000 inwoners.
Door het land, waarvan de vorm doet denken aan een driehoek met omgekeerde basis, stromen drie rivieren die elk door de drie hoofdvalleien lopen en een Y-vorm tekenen. Die drie rivieren heten "Valira" maar worden van elkaar onderscheiden door de namen "Valira del Nord", "Valira d'Orient" en "Gran Valira".
Het gebied is bijzonder bergachtig. Er liggen 65 toppen op meer dan 2.000 meter hoogte. De hoogste top is de "Pic de Coma Pedrosa" (2.942 m). Het laagste punt is gelegen aan de grens tussen Spanje en Andorra (840 m).
Andorra is een echt paradijs voor skifanaten en trekkers.
De natuur is er oogverblindend.
|
|
Auvillar
|
Auvillar, dat tussen Moissac en Valence d'Agen (Tarn-et-Garonne) is gelegen, kijkt over de Garonne uit. Dit dorp, dat lang een belangrijk binnenvaartcentrum was, bevat nog steeds, bij de haven, een aan Ste.-Catherine gewijde kapel. Aan de bovenkant van het dorp, om het dorp heen, vindt men tegenwoordig versterkingen met drie poorten. In één ervan bevindt zich een bakstenen klokkentoren van het eind van de 17e eeuw. Het driehoekige plein is omgeven door rijke woningen uit de 17e en 18e eeuw. De graanhal, die uniek is in het zuidwesten, werd in 1825 in de dorpskern gebouwd. Aan de buitenkant van de bovenstad bevindt zich een oude benedictijnse priorij, tegenwoordig de Eglise St.-Pierre. Als u tijdens het eerste weekend van oktober Auvillar bezoekt, vergeet dan niet over de pottenbakkersmarkt te wandelen, een ware traditie in deze streek, en maak een bezoek aan het Musée de Faïences.
|
|
Bordeaux
|
Bordeaux, de hoofdstad van het departement Gironde, is gelegen aan de Garonne, waar deze zich verbreedt tot Gironde. De stad is het handelscentrum van de beroemde bordeauxwijnen en heeft een belangrijke haven. Bordeaux was onder de naam Burdigala de hoofdstad van de Gallische stam der Biturges Vivisci, daarna hoofdstad van de Romeinse provincie Aquitania Secunda. Later werd het de hoofdstad van het hertogdom Aquitanië. In 1152 huwde Eleonora, erfgename van Aquitanië, met Hendrik Plantagenet, hertog van Normandië en graaf van Anjou. Toen deze in 1154 koning van Engeland werd, werd het lot van Aquitanië en zijn hoofdstad verbonden aan dat van Engeland. Daarmee begon, behalve de verwikkeling van de stad in de eeuwen durende strijd tussen Frankrijk en Engeland, de ontplooiing van de overzeese handel. Pas in 1452 kwam Bordeaux voorgoed bij Frankrijk. Nog lang bleef de stad wat mentaliteit betreft erg onafhankelijk. Tijdens de Franse Revolutie uitte het protest tegen de geest van centralisatie zich in de Opstand der Girondijnen, 1793-1794. Intussen was de stad in de loop van de 18de eeuw uitgegroeid tot een waar handelscentrum met vele overzeese betrekkingen. Ook het aanzien van de stad veranderde in die periode drastisch: uit die tijd dateren de ruime aanleg, de brede avenues, de Place de la Bourse en gebouwen zoals het Hôtel de Ville, het Grand Théâtre en het Hôtel de la Bourse.
Na de Tweede Wereldoorlog is Bordeaux verder gemoderniseerd: aan de rand van de stad verrezen moderne wijken en complexen zoals de Domaine Universitaire de Pessac-Talence en de tentoonstellingsgebouwen in het Parc des Expositions. Bordeaux heeft ook bekendheid door de internationale handelsbeurs en door zijn Mai Musical, een internationaal muziekfestival, jaarlijks in de maand mei.
Place de la Bourse Is een fraai architectonisch geheel, schepping van de architecten vader en zoon Gabriel en gebouwd tussen 1730 en 1755. Aan het plein het Hôtel des Douanes en het Hotel de la Bourse, eertijds het hart van het zakenleven in Bordeaux.
Grand Théâtre Het theater ligt op de Place de la Comédie, op de plaats waar vroeger een Gallo-Romeinse tempel heeft gestaan. Het werd tussen 1773 en 1780 gebouwd door Victor Louis en geldt als een der mooiste van Frankrijk. Het stond gedeeltelijk model voor de Opéra in Parijs. Het gebouw heeft voor de voorgevel een indrukwekkende colonnade met Corinthische zuilen, bekroond door twaalf grote beelden van muzen en godinnen. De elegante en sobere theaterzaal is bedekt met een koepel waarin schilderingen naar oorspronkelijk ontwerp van Robin zijn aangebracht. De zaal heeft een voortreffelijke akoestiek.
Kathedraal Saint-André De kerk is wat grootte betreft welhaast vergelijkbaar met de Notre-Dame in Parijs. Zij is van oorsprong Romaans, maar werd in de 13de-15de eeuw verbouwd. Koor en dwarsschip stammen uit de 14de en 15de eeuwen zijn gotisch. Plannen om ook het schip in gotische stijl te herbouwen konden wegens gebrek aan financiële middelen geen doorgang vinden, vandaar dat het elementen uit de romaanse periode heeft behouden. Later, toen het gewelf van het schip dreigde in te storten, heeft men luchtbogen en steunberen toegevoegd. Het mooiste portaal is de Porte Royal, 13de eeuw, met zeer opmerkelijke sculpturen. In het timpaan een voorstelling van het Laatste Oordeel, daaronder, op de bovendrempel, een uitbeelding van de Opstanding. De boogsculpturen boven het timpaan stellen de hemelse hofhouding voor. De deuren worden geflankeerd door tien apostelen. Geheel boven de ingangspartij een galerij met acht beelden: zes bisschoppen en - rechts - een koning en een koningin. Ook het noordportaal, dat uit de 14de eeuw stamt, heeft fraaie sculpturen. In het drieledig timpaan: het Laatste Avondmaal, de Hemelvaart en Christus als triomfator. De boogsculpturen beelden engelen, apostelen, patriarchen en profeten uit. Aan weerszijden van de deuren: beelden van prelaten. Op de middenpijler: Saint-Martial. Het romaanse schip is bedekt met een gotisch gewelf. Het koor en het zeer smalle dwarsschip zijn gotisch. De kansel is 18de-eeuws, het koorgestoelte komt uit de 17de eeuw. Uit de renaissanceperiode stamt de orgeltribune, waaronder zich twee vlakreliëfs bevinden die van een typisch renaissancistische visie op de religieuze kunst blijk geven. De kerk bezit verder nog enkele 14de-eeuwse albasten beelden en - tegen een pilaar rechts van het koor - een sculptuur met een voorstelling van de heilige Anna en Maria, 16de eeuw. De Tour Pey-Berland, die los van de kerk staat, is genoemd naar de aartsbisschop die hem in de 15de eeuw liet bouwen en wordt bekroond door een kolossaal Mariabeeld in verguld koper. Musea.
Het park achter het Hôtel de Ville wordt aan twee zijden afgesloten door een museumvleugel: aan de noordkant door het Musée des Beaux Arts en aan de zuidzijde door het Musée d'Aquitaine. Het Musée des Beaux Arts heeft een rijke verzameling schilderijen, 15de20ste eeuw, met accent op de modernen. Tot het bezit behoren werken van Titiaan, Van Dyck, de Utrechtse caravaggist Terbrugghen, Perugino, Veronese, Murillo, Rubens, Hals, Delacroix, Corot, Odilon Redon, Matisse, Bissière, De Vlaminck en de in Bordeaux geboren schilder Albert Marquet. Ook heeft het museum beeldhouwwerken van o.a. Houdon, Carpeaux, Rodin en Zadkine.
Het Musée d'Aquitaine is een historisch museum, waarvan de verzameling reikt van de prehistorie tot heden. Het is gewijd aan geschiedenis, kunst en folkloristische tradities van deze streek. De verzameling prehistorische objecten, werktuigen, gebruiksvoorwerpen, kunstwerken, enz., behoort tot de belangrijkste van Frankrijk. Het nabijgelegen Musée des Arts Décoratifs, gehuisvest in het 18de-eeuwse Hôtel de Lalande, heeft een aanzienlijke collectie kunstnijverheid van de middeleeuwen tot de 18de eeuw: Europese keramiek, meubelen, glas, zilver, email, edelsmeedwerk. Ook de lokale geschiedenis is er vertegenwoordigd met o.a. de salon van een rijke koopman uit Bordeaux. Het kleine Musée de la Marine, Place de la Bourse, documenteert de geschiedenis van de havenstad Bordeaux: scheepsmodellen.
Het Musée d'Histoire Naturelle, aan de rand van de Jardin Public, is een natuurhistorisch museum, vooral vogels, voorts een mineralogische verzameling.
Musée Bonnal-Renaulac, gevestigd in een moderne fabriek in het zuiden van de stad, is een automuseum.
Het Centre Jean Moulin, bij de kathedraal, is gewijd aan de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en het Franse verzet en is tevens documentatiecentrum over de periode 1939-1945.
Andere bezienswaardigheden De kerk Sainte-Croix stamt uit de 12de-13de eeuw, maar is in de 19de eeuw grondig gerestaureerd. Opmerkelijke romaanse façade. De basiliek Saint-Michel, 14de-16de eeuw, werd in de Tweede Wereldoorlog zwaar beschadigd, maar is gerestaureerd. Zij wordt gedomineerd door een losstaande klokkentoren, de Tour Saint-Michel, 114 m hoog. In het interieur een orgeltribune en een kansel, bekroond door een beeld van Michaël en de draak, uit de 18de eeuw. Langs de Cours Victor Hugo bereikt men de Grosse Cloche, een 15de-eeuwse stadspoort met klok en uurwerk uit 1795, afb. linksboven . Bij de Pont de Pierre, 1822, de Porte des Salinières of Porte de Bourgogne; geouwd door Jacques-Ange Gabriel, 18de eeuw en iets verder naar het noorden de Porte Cailhau, 16de eeuw, in de 19de eeuw gerestaureerd. Op de immense Esplanade des Quinconces, aangelegd in de 19de eeuw, een monument ter herinnering aan de Girondijnen. De kerk Saint-Seurin, aan de andere kant van het centrum, heeft een crypte en een westportaal met romaanse kapitelen uit de 11de eeuw. De kerk werd in de 12de, 13de en 14de eeuw verbouwd. In de kerk o.a. een stenen bisschopszetel en twee retabels met vlakreliëfs in albast met het leven van SaintSeurin en dat van Maria. In de crypte Gallo-Romeinse kapitelen en sarcofagen uit de 6de eeuw. Tot de schaarse resten uit de Gallo-Romeinse periode behoort het Palais Gallien: overblijfselen van een groot amfitheater uit de 3de eeuw.
|
|
Cahors
|
Is de hoofdstad van het departement Lot. De heuvels ten noorden en zuiden van Cahors bieden panoramische uitzichten op de mooie verzameling torens, wallen en bruggen van de stad, die bijna geheel binnen een nauwe lus van de rivier Lot ligt. In de middeleeuwen was Cahors de hoofdstad van Quercy, een kalksteengebied bij de Lot. Cahors is de geboorteplaats van paus Johannes XXII en Léon Gambetta.
Middeleeuws Cahors Was welvarend, goed verdedigd, en trots op haar oude universiteit, was verder een belangrijk centrum van handel, bankieren en onderwijs. Maar in 1360, tijdens de Honderdjarige Oorlog, werd het aan de Engelsen overgedragen. De bevolking vluchtte en de vrijwel verlaten stad heeft zich nooit helemaal hersteld. Eén prachtig voorbeeld van middeleeuwse grandeur heeft alles overleefd: de beroemde 14de eeuwse Pont Valentré, zie afb. die de rivier overspant, met zeven gotische bogen en drie verstrekte torens. Is een voorbeeld van middeleeuwse militaire bouwkunst.
Plaatselijke legende De bouwmeester zou volgens een plaatselijke legende een pact met de duivel hebben gesloten om de brug af te bouwen, maar met list slaagde hij erin zijn eeuwige ziel te behouden.
Boulevard Gambetta De hoofdstraat van Cahors is met platanen omzoomd en is genoemd naar de beroemde 19de eeuwse radicale politicus Léon Gambetta, uit de stad afkomstig. De winkels hier en de nabijgelegen overdekte markt bieden allerlei lokale lekkernijen, waaronder de rijke, volle wijn van Cahors, vin noir genoemd. Ten oosten van de Boulevard Gambetta ligt de oude wijk, met huizen die aan een glorieus verleden herinneren.
Stegen Bruggen die de stegen kruisen werpen schaduwen op de straten. In het licht zijn de renaissanceramen, het stenen snijwerk en de fijn afgewerkte draagstenen van de indrukwekkende herenhuizen te zien. Eén van de fraaiste is Hótel Roaldès, quai Champollion, met een zuidgevel van hout en verweerde rode baksteen, en een loggia en toren in Italiaanse stijl; in de noordgevel zijn zonnen, bomen en het roosembleem van Quercy gesneden.
Romaanse Cathédrale St.-Etienne Is een van de meest oorspronkelijke koepelkerken van het ZW. Staat in het hart van de oude stad aan de place Aristide-Briand. Het Romaanse schip is uitgebreid met gotische kapellen.De twee grote koepels, die met 14de eeuwse fresco's zijn versierd, doen het interieur ruim lijken. De laatgotische kruisgang heeft mooi snijwerk. Maar het mooiste element van de kathedraal is het 16de eeuwse timpaan boven de noordelijke deur, waarop de Hemelvaart van Christus, gedragen door engelen, wordt afgebeeld.
|
|
Carcasonne
|
Ligt in het departement Aude. De dubbele ommuring van Carcassonne met haar torens en kantelen is precies wat men zich voorstelt bij een middeleeuwse citadel. Heldhaftig doorstane belegeringen, ridders in toernooien en de hoofse liefde van de troubadours komen voor de geest. Middeleeuwse citadel, Foto: Henk Griffioen, Assen De stad is nu de grootste en fraaiste middeleeuwse citadel van Europa. Deze werd al door de Kelten gebruikt voordat de Romeinen hem versterkten. Hij beheerst de verbindingsroute tussen Toulouse en de Middellandse Zee en werd fel begeerd door de Westgoten, de Saracenen en Karel de Grote. In de 13e eeuw trok het leger van Simon de Montfort op naar Carcassonne, toen een vesting van de katharen. Vlak na de afslachting van de katharen van Béziers, werd ook Carcassonne belegerd en veroverd.
Twee delen De Montfort maakte de citadel tot het hoofdkwartier voor zijn moorddadige expedities. De inwoners kwamen in opstand, waarop koning Lodewijk IX hen verplaatste naar de bastide, versterkte benedenstad, die hij eronder liet bouwen. Zo ontstonden de twee delen van Carcassonne. Eind 13e eeuw verzwaarde Filips de Stoute de versterkingen van de stad. Maar toen de Fransen in 1659 de Roussillon annexeerden verschoof de Spaanse grens zuidwaarts en verloor de citadel haar functie. De benedenstad, ville basse, floreerde maar de cité raakte dermate in verval dat men halverwege de 19e eeuw de vesting wilde slopen. Gelukkig wist de architect en mediëvist Viollet-le-Duc dit juweel te redden. Dank zij hem kunnen we nu een complete middeleeuwse stad bezoeken. Wandel eens tussen de dubbele omwalling, en door de Poort van Narbonne met zijn twee zandstenen torens, valhek en ophaalbrug. Erbinnen dwaalt u tussen zorgvuldig gerestaureerde middeleeuwse huizen.
Cháteau Comtal Dit 12e- eeuwse kasteel is het hart van de stad. U kunt rondwandelen langs de middeleeuwse versterkingen: wachttorens, uitvalspoortjes, en machicoulis van waaruit men kokende olie en keien op de aanvallers kon werpen De Romaansgotische Cathédrale St.-Nazaire heeft prachtige gebrandschilderde ramen en de 13de eeuwse "belegeringssteen", waarop mogelijk het beleg van Carcassonne in 1209 is afgebeeld.
Branden van de stad Het jaarlijkse festival begint op 8 juli en vindt zijn hoogtepunt in "Het branden van de stad", lémbrasement de la cité, op 14 juli. de Franse nationale feestdag.
|
|
Dunes
|
Dit pittoreske dorpje boven op een heuvel is een bastide uit de 13de eeuw. Hier vindt u een plein met een overdekte markt die in het geheel is omgeven door huizen uit de 16de en 19de eeuw.
|
|
Lourdes
|
Ligt in het departement Hautes-Pyrénées. De oude stad en wereldberoemde bedevaartplaats ligt op ruim 400 m hoogte aan de Gave de Pau. De ontwikkeling van Lourdes, vroeger een bescheiden marktplaats, tot het drukst bezochte Mariapelgrimsoord ter wereld dateert van na 1858, toen de 14-jarige Bernadette Soubirous, dochter van een arme molenaar, in een grot van de nabijgelegen Massabiellerots, achttien maal een visioen zou hebben gehad van een in het wit geklede vrouwengestalte, die zich op 15 maart van dat jaar bekend zou hebben gemaakt als de 'Onbevlekte ontvangenis'. In 1862 bevestigde de bisschop van het diocees Tarbes, waaronder Lourdes ressorteerde, de bovennatuurlijke oorsprong van de verschijningen en in hetzelfde jaar werd begonnen met de bouw van een kerk - de Basilique supérieure - op de rots der verschijning.
Bernadette trad in 1866 in bij de Soeurs de la Charité te Nevers. Zij stierf in 1879 en werd in 1925 zalig en in 1933 heilig verklaard. De Duitse joodse schrijver Franz Werfel publiceerde in 1941 nadat hij op zijn vlucht uit nazi Duitsland Lourdes had aangedaan de beroemd geworden documentaire roman Het lied van Bernadette.
De Mariastad Lourdes trekt per jaar meer dan twee miljoen bezoekers. Vooral in de zomermaanden, als grote menigten pelgrims uit alle windstreken toestromen, wordt de atmosfeer in de stad bepaald door de religieuze ceremonieën, de processies en het fervent beleefde geloof der talloze zieken die hier een wonderbaarlijke genezing van hun kwalen komen zoeken. Een en ander gaat gepaard met een levendige straatnegotie, waarbij vrome marskramers een bonte mengeling van souvenirs, devotionalia en religieuze bric-à-brac aanbieden.
Tot de voornaamste bezienswaardigheden van het heiligdom behoren de Basilique supérieure, neogotisch, ingewijd in 1871, de lager gelegen crypte, ingewijd in 1886, en de nog lager gelegen Basilique du Rosaire, gebouwd in Romaans-Byzantijnse stijl, ingewijd in 1889, met de Esplanade des Processions. Uit 1958 stamt de grote, ondergrondse Basilique Saint-Piex, die plaats biedt aan 20000 personen. Voorts zijn te bezichtigen de miraculeuze grot, waar de verschijningen plaatshadden, en een aan Bernadette gewijd museum. Het hoog boven Lourdes gelegen kasteel herbergt o.a. een streekmuseum, het Musée pyrénéen.
Omgeving Saint-Savin (16 km ten zuiden van Lourdes): de vroeger tot een benedictijnenklooster behorende kerk stamt uit de 11de en de 12de eeuw en werd in de 14de eeuw versterkt. In het mooie romaanse portaal een timpaan met de zeer zeldzame voorstelling van Christus in priestergewaad, De kerk herbergt een klein Romaans wijwatervat met kariatiden, 12de eeuw, dat bestemd zou zijn geweest voor de cagots: een bepaalde categorie paria's in de middeleeuwse maatschappij. Op de 15de-eeuwse orgeltribune drie maskers die bij het orgelspel in beweging kwamen. In de voormalige kapittelzaal bevindt zich thans een klein museum met religieuze kunst.
|
|
Moissac
|
Moissac ligt in het departement Tarn-et-Garonne, regio Midi-Pyreneën.
Abdij Saint-Pierre Volgens de legende werd die in Moissac door Chlodwig gesticht, maar het is aannemelijker dat de stichter een Nornandische benedictijn was, die in de7de eeuw naar het zuidwesten van Frankrijk was gekomen. Door Saracenen, Noormannen en Hongaren verschillende malen verwoest, kreeg het pas grotere betekenis toen het in 1047 door de abt van Cluny, de Heilige Odilon,.met de abdij van Cluny verenigd werd. In het jaar 11 80 werd de nieuwe kerk gewijd, het zuidportaal van haar voorhal is bewaard gebleven. Het is een van de belangrijkste portalen van de Romaanse Languedoc en een voorbeeld voor veel andere in Spanje en Frankrijk. In het timpaan wordt Christus als wereldbeheerser voorgesteld, omgeven door de symbolen van de evangelisten, door engelen en zijn vierentwintig voorouders. Deze sculpturen beelden de Apocalyps uit. Een handschrift van Beatus uit de 8ste eeuw, waarvan in de middeleeuwen talrijke verluchtigde kopieën circuleerden en waarvan een exemplaar waarschijnlijk in Moissac lag, werd vermoedelijk als voorbeeld voor het timpaan gebruikt.
De trumeau Of middenstijl, van het portaal draagt enkele van de expressiefste en mooiste sculpturen van de Romaanse periode in Frankrijk Hun extase en mateloosheid laat zich nergens meer mee vergelijken, hun theatrale bewegingen lijken versteend en hun gebaren komen voort uit hevige ontroering. Twee profeten met breed geplooide gewaden staan rechts en links van drie paren leeuwen. Hieraan valt bijzonder duidelijk de buitengewone prestatie van Romaanse beeldhouwers af te lezen, die de figuren steeds meer als lichamen dan als puur reliëf gingen beschouwen. Een bijzondere architectonische prestatie is de in 1100 voltooide kruisgang. 76 Spitsboogarcaden worden afwisselend door enkelvoudige en door dubbele marmeren zuilen gedragen. Met marmer beklede pijlers in de vier hoeken en in het midden van elke zijde zijn versierd met reliëfs van apostelen en bisschoppen. De opvallend schuin gevlakte kapitalen vertonen taferelen uit het Oude en het Nieuwe Testament en uit het leven van enkele heiligen, zoals de Heilige Benedictus en de Heilige Martinus. Naast verluchtigingen uit het boek Daniël, gebeeldhouwd in verfijnd, vlak reliëf, zijn hier ook puur ornamentele werkstukken, die op indrukwekkende wijze getuigen van de grote kunst der Romaanse beeldhouwers.
Het aquaduct (Pont Canal de Cacor) Ongeveer 1.5 km stroomopwaarts van de haven, niet ver van de samenvloeiïng met de Garonne, kruist het Garonnekanaal de Tarn via een majestueus aquaduct (le pont canal du Cacor). Het rond 1845 gebouwde aquaduct is door zijn afmetingen, het lijnensspel en het harmonieus samengaan van de grijze natuursteen van Quercy en de roze baksteen van Toulouse, één van de belangrijkste architectonische monumenten van de streek en van de Franse waterstaatswerken. De bouwmeester van het aquaduct (met zijn 356 m één van de langste van Frankrijk; alleen die van Briare en Agen zijn langer) was Pierre Gausserand uit Montauban. Toen in 1930 ten gevolge van de verwoestende overstroming van de Tarn de oude spoorwegbrug was weggevaagd, werden de treinen van de Compagnie du Midi via een noodspoorlijn met slechts één spoor over één van de - daarvoor verbrede - trekpaden van het aquaduct geleid.
|
|
Pau
|
Hoofdstad van het departement Pyrénées-Atlantiques, aan de Gave de Pau. De stad van Hendrik IV vormt een reusachtig panorama, dat in de verte door de toppen van de Pyreneeën wordt begrensd. Pau, een vroeger bescheiden Gallo-Romeins marktplaatsje, breidde zich onder bescherming van de burcht uit. Het stadje had in de l4de eeuw veel aan Gaston Fébus te danken, werd in 1450 hoofdstad van de Béarn en beleefde in de l6de eeuw een bloeiperiode, voordat de godsdienstoorlogen grote verwoestingen in het gebied aanrichtten. Met de Béarn werd de stad aan het begin van de 17de eeuw bij Frankrijk gevoegd en Lodewijk XIII vestigde er een gerechtshof. Pau is nu hoofdstad van het departement.
Kasteel en musea Het indrukwekkende slot, door architecten uit de tijd van Lodewijk Filips en Napoleon III té ingrijpend verbouwd, ligt aan de uiterste rand van een vooruitspringende rots. In de loop van de eeuwen is het kasteel meermalen veranderd, vooral door Gaston de Foix , 15de eeuw, Henri d'Albret en Marguerite d' Angoulême, 16de eeuw. In het kasteel bevinden zich het Musée national, het Musée Henri IV en een oud Musée Béarnais, ambachten, geschiedenis, folklore en regionale kunst. Bezienswaardig: mooi 19de-eeuws meubilair, gobelins en wandtapijten uit Vlaanderen, een aan Hendrik IV gewijde verzameling afbeeldingen, het pantser van een schildpad dat als zijn wieg gediend zou hebben. In de buurt van het kasteel verheft zich de toren van een oude kerk, ingesloten in het grote Parlement van Navarra, 18de eeuw.
Musée Bernadotte, Rue Tran In dit huis, in de stijl van de Béarn, wordt de herinnering aan de in 1763 daar geboren Jean Baptiste Bernadotte levend gehouden. Hij was de latere maarschalk van Frankrijk en koning van Zweden.
Musée des Beaux Arts (Rue Mathieu-Lalanne): schilderijen met motieven uit de streek van Eugène Devéria, 1865 in Pau gestorven, de heel mooie creatie van Degas Bureau de coton à la Nouvelle-Orléans, 1873, werken van de 16de tot de 20ste eeuw; numismatiek.
Omgeving Lescar, 7,5 km ten noordwesten van Pau: de kleine stad, hoog gelegen aan de rand van een plateau boven het Gavedal, was de eerste hoofdstad van de Béarn, oorspronkelijk Beneharnum. De oude kathedraal Notre-Dame stamt hoofdzakelijk uit de l2de eeuw, werd echter vele malen veranderd en gerestaureerd. De Romaanse koorafsluiting bleef echter gehandhaafd. De zeer ruime kerk bevat interessante kapitelen, een mozaïek uit de 12de eeuwen grafstenen, in de 15de en 16de eeuw diende het gebouw als vorstelijke begraafplaats. Renaissancekoorbanken.
|
|
Saint-Emillion
|
Ligt in Aquitanie, departement Gironde, aan de benedenloop van de Dordogne. Saint- Emilion is vooral bekend als centrum van een bekend wijngebied. Wijnen met appellation Saint-Emilion komen zowel uit de gemeente St.-Emilion als uit negen omringende gemeenten. Er worden alleen rode wijnen geproduceerd van de druivensoorten Cabernet, Malbec en Merlot. De wijnen hebben een krachtige volle smaak en een typische bittere nasmaak, "coup de fusil", vuursteensmaak, genoemd. St. Emilion is ook bekend om zijn "Macarons", een soort bitterkoekje.
St.-Emilion is amfitheatergewijs gebouwd op een kalksteenheuvel boven het dal van de Dordogne. Om de stad liggen uitgestrekte wijngaarden. Op place du Marche staat de Eglise Monolithe uit de ge-12e eeuw. De kerk is geheel in de ro7tsen gebouwd. Links staat Chapelle de la Trinite uit de 13e eeuw. Deze is gebouwd boven de grot waar kluizenaar St. Emilion geleefd zou hebben.
De Eglise Collegiale uit de 12e-16e eeuw is een Romaans, gotische kerk met een prachtig portaal uit de 14e eeuw. Links hoger op de heuvel ligt Chateau du Roi, waar nog een imposante donjon uit de 13e eeuw van over is. De stad kenmerkt zich door talrijke oude huizen, kronkelende en klimmende straten.
|
|
Toulouse
|
Ligt in het departement Haute-Garonne, en is de hoofdstad van de regio Midi-Pyrénées De stad Toulouse is bijna geheel opgetrokken uit rode baksteen. Hier staat de grootste Romaanse kerk ter wereld. Andere bezienswaardigheden zijn de Saint Etienne kathedraal, het Musée des Augustins, de prachtige patriciërshuizen en het Place du Capitole met het mooie stadhuis.
Basiliek van de Heilige Saint Sernin In de vlakte van de Garonne ligt Toulouse, een van de oudste steden van Frankrijk. Hier leefde in de derde eeuw de Heilige Sernin die als missionaris door Languedoc reisde en later de eerste bisschop van Toulouse werd. Na zijn martelaarsdood - hij werd door een stier gedood - bouwde men boven zijn graf een kerk die door Karel de Grote rijkelijk met kostbaarheden beschonken werd. Tegenwoordig bezit de Saint- Sernin in Toulouse nog altijd de grootste reliekschatten van Frankrijk. Ze is bovendien de grootste bewaard gebleven Romaanse kathedraal van dit land.
Op weg naar Santiago Met de bouw van de tegenwoordige kerk werd in 1060 begonnen. In1096 werd het koor ingewijd en in 1119 waren de zijbeuken klaar. Rond het midden van de 12de eeuw moet de bouw, met uitzondering van de façade die nooit werd aangebracht, voltooid geweest zijn. De vijfschepige kerk met haar drieschepige transept, het grote koor met de omgang en de vijf straalkapellen behoort tot de groep bedevaartkerken die onderling grote overeenkomsten vertonen. Ook zij lag langs de weg naar Santiago en ook hier werd de Heilige Jakobus vereerd. Tot de grote verbazing van vele pelgrims werd ook in Toulouse het gebeente van de heilige getoond, hoewel zijn graf zich in Santiago bevond.
Porte Miègeville Vormt het zuidportaal, en werd rond 1119 voltooid, samen met de zijbeuken. Hier wordt Jakobus uitgebeeld tussen twee cipressen, in de ene hand het boek van de Evangelist, met de andere een zegenend gebaarmakend. Een dergelijke figuur treft men in Santiago aan de Fuertas de las Plaierias, zodat de gedachte voor de hand ligt dat deze als voorbeeld gediend heeft. Stilistische verschillen weerspreken dit echter, hoewel er tussen de kunstenaars langs de bedevaartroute een levendige uitwisseling geweest is. Het trappenportaal met de Hemelvaart van Christus in het timpaan, zie afb., en de twaalfapostelen als hoogreliëf langs de muren komt geheel overeen met de slanke, plastische stijl van de bedevaartkerken.
Majestas Domini In de kooromgang bevindt zich een opvallend mameren reliëf, de “Majestas Domini” met de symbolen van de evangelisten. Het moet rond 1100 ontstaan zijn. Het is een van de zeven reliëfs van de beeldhouwer Bemard Gilduin, waarvan de oorspronkelijke plaats waar het aangebracht was onbekend is. Tot Gilduins vroegere werken behoren ook het altaar en de kapitalen met hun monumentale en decoratieve stijl.
Mijlpaal De stad Toulouse was sinds de vijfde eeuw reeds een belangrijk kunstcentrum. De kathedraal Saint-Sernin is als het ware een kolossale mijlpaal langs de oude bedevaartroute en een van de indrukwekkendste bedevaartkerken van Zuidwest-Europa.
|
|
Valence D'Agen
|
Wat dacht u van een rondgang langs de duiventorens in het nog niet door toeristen overspoelde Franse departement “Tarn et Garonne”. Als uitvalbasis is het vriendelijke 13e-eeuwse stadje Valence d’Agen, met 5.000 inwoners, hiervoor zeer geschikt.
Valence d’Agen ligt 637 km ten zuiden van Parijs en 60 km zuidelijk van Cahors. Montauban is op een afstand van 48 km, en Toulouse op 98 km. Er is een treinstation, met directe verbinding naar Marseille en Bordeaux. Iets ten zuiden van Valence d’Agen is de autoroute A62 “Entre Deux-Mers” gelegen en naar het noorden is de A20 die in de richting van Parijs voert.
Valence d’Agen is een bloemenstad, waar het plezierig wandelen is langs de openbare wasplaatsen, de pleinen, z’n haven en de duiventorens.
|
|
|